De tijd stil laten staan

De tijd stil laten staan

‘Sttt…’ fluister ik en druk zacht met mijn vinger tegen zijn lippen. Verbaasd kijkt hij mij aan. Hij wil iets zeggen, maar ik schud mijn hoofd. Ik wil niet praten. Ik wil niet dat de seconden veranderen in minuten en dan in uren. Ik wil niet dat de nu zichtbare sterren verdwijnen en plaats maken voor kwetterende vogels en zonnestralen.

Iedereen worstelt; jij, ik, de hele wereld

Iedereen worstelt; jij, ik, de hele wereld

Ik ben vast niet de enige die af en toe zegt dat het even allemaal niet zo lekker gaat. Bijna iedereen worstelt weleens in meer of mindere mate met iets. Soms zijn dat hele kleine, banale dingen. Ik noem dat luxeworstelingen, zoals: vanavond of toch morgen die dure fles wijn opentrekken? De dure Jaguar kopen of tóch de Porsche? Nieuwe tuin aanleggen of toch een serre? 

Geen deadline voor de liefde

Geen deadline voor de liefde

Woensdagavond, 20.00 uur. Ik speel met een bierviltje in mijn hand terwijl ik mijn date aan de andere kant van de tafel bestudeer. Vriendelijke ogen, warme glimlach en een fijne stem. Zijn lichaamstaal is duidelijk: meneer is in mij geïnteresseerd. Toch zou ik nu het liefst naar huis gaan. Ik ben namelijk niet geïnteresseerd in hem. 

Herinnering in een doosje

Herinnering in een doosje

Het liefst zou ik sommige herinneringen in een doosje willen stoppen en ze nooit meer vergeten. Ze af en toe op een stil moment tevoorschijn willen halen en ze nog eens als een soort video afspelen. Gewoon, even terugkijken hoe iemand van wie je houdt onbezorgd schaterlacht of terug naar het moment dat je voor het eerst écht verliefd was en hij of zij je zoende. Terug naar het moment dat je over het strand rende en de wind met je haar speelde en je de zon zag zakken in de zee… 

Jemig, wat is dit? Ben ik volwassen of zo?

Jemig, wat is dit? Ben ik volwassen of zo?

Met moeite hou ik het karretje recht terwijl ik de bloemige lentegeuren om mij heen opsnuif. Mijn handen glijden langs de groene bladeren en mijn ogen bekijken de papiertjes op ieder potje. Mijn hersenen maken overuren: “Deze past perfect op de kast, deze hoort in het hoekje. Oh en deze zou perfect zijn in de vensterbank!” Het is zondagmiddag en ik ben in de Intratuin of all places.