De belager

Mijn hart gaat als een razende tekeer. Ineengedoken zit ik in een kleine kast in de gang. Boven mij hoor ik voetstappen, zwaar en dof. Ik moet kalm blijven. Rustig blijven ademhalen. Anders ben ik er geweest. 

De bewegende tas

‘Pardon, wilt u even op mijn spullen letten? Ik moet even naar het toilet.’ Ik kijk op van mijn boek en staar naar het oude vrouwtje tegenover mij. Op haar neus pronkt een klein brilletje. Ze wijst naar haar tas en ik stem toe. ‘Geen probleem!’ Ze komt overeind en wandelt voorzichtig door de treincoupé, richting de wc’s. 

De tandartsstoel

De tandartsstoel

Vorige week lag ik er weer. Met trillende handen en rode vlekken in mijn hals van de zenuwen. De tandartsstoel. Ik weet nog goed hoe bang ik als kind was voor deze tweejaarlijkse bezoekjes. Meestal verstopte ik mij ergens buiten, vlak voordat we weg moesten. Jammer genoeg waren mijn ouders op de hoogte van mijn verstopplekjes en vonden ze mij om vervolgens alsnog in die stoel te belanden. 

Angsthaas

Angsthaas

Wat ben ik blij dat Halloween hier nog niet zo groots wordt gevierd zoals in Amerika. Volgens mij schijt ik dan elke dag zeven kleuren bagger. Bij elke aanblik van een enge pop bij een voordeur krijg ik een hartverzakking. Ik ben niet zo’n held: zeg maar gerust een held op sokken.  

WK slingeren

WK slingeren

Een fietser ben ik niet. Je ziet mij niet op een mountainbike een rondje door het Kuinderbos crossen op zondagmiddag. En ook niet snel op een gewone fiets. Als ik het dan ooit eens in mijn hoofd haal om een rondje te fietsen, vragen de buren aan mijn ouders of mijn auto soms kapot was.