Het leven met een draak van een kitten

Terwijl ik dit tik, kruipt er om de haverklap een kitten van twaalf weken in m’n been. En kruipt ‘ie niet langs mijn been omhoog, dan springt hij wel in de plantenbak, speelt hij met mijn laptopoplader of hoor ik zijn nageltjes schrapen over mijn bank. In al zijn speelsheid is al één broek omgedoopt tot ‘kattenbroek’ (lees: vol met haakjes) en ook mijn panty’s zijn niet veilig (tenzij je een panty met ladders hip noemt). Oh en mijn vocabulaire? Die bestaat momenteel vooral uit: ‘Nee!’, ‘Dixie hou eens óp!’, ‘Au, au, au, AU!’ en ‘Godver.’ 

Tja, nu had ik veel van deze perikelen wel ingecalculeerd. Al langere tijd dacht ik erover na om een kat aan te schaffen en onlangs was het zover. Toch is deze meneer wel ‘stout XXL’. Rustig Netflixen? Eh… vergeet het maar. Kleine Dixie springt juist dan in m’n plant of in het gordijn. Geconcentreerd een verhaal tikken? Nope, zodra hij mijn vingers op het toetsenbord hoort tikken, ontwaakt het monster en móét en zál hij met mijn vingers spelen.  Het komt er dus eigenlijk op neer dat ik gewoon een reusachtige krabpaal ben die soms boze geluiden maakt.

‘Sorry meneer, ik moet éven m’n kat helpen’

Als zo’n menselijke krabpaal dan twee dagen thuis aan het werk is, is dat voor de kat één groot feest. Ik was na deze dagen bekaf. Het begon al met de stoel. Verbaasd keek de kat toe dat ik op zíjn plekje ging zitten. Hoewel hij allerlei eigen slaapplekken heeft, ligt het beestje het liefst op mijn bureaustoel. Meestal gebruik ik ‘m niet, dus vind ik het dikke prima. Maar nu moest ik er toch echt zitten om te werken.

Nou, toen vond de kat dat ‘ie er ook moest zitten. Hij klom via mijn been omhoog naar m’n schoot, probeerde achter mijn rug te komen en dook later dan maar in mijn nek. En als dit allemaal gebeurt terwijl je een serieus telefoongesprek probeert te voeren, is dat best een uitdaging.

Na een tijdje had ik het beestje zover dat hij op de grond aan het spelen was. Het telefoongesprek ging verder zonder af en toe een kat uit mijn nek te halen, tot hij zielig miauwend naar me toe kwam. Ik kon mijn lachen niet inhouden en excuseerde me tegenover de persoon aan de andere kant van de lijn. ‘Sorry, ik moet heel even mijn kat helpen,’ zei ik met een lachje. Het beestje zat met zijn kop vast in de hengsels van de Actiontas. Toen hij ein-de-lijk moegespeeld was, was ook ik wel aan een lange pauze toe.

Net een hond

Het leven met een kitten kan een behoorlijke uitdaging zijn. Toch kan ik nu al niet meer zonder ‘m. Hij hoort me ’s ochtends opstaan en begroet me in de keuken met kopjes en gemiauw (hij weet ook dat hij eten krijgt). Hij leert nu de aluminiumballetjes naar me terug te brengen als een soort hond en als hij als een vliegende trapeze over zijn speeltunnel schiet, moet ik hard om ‘m lachen.

Het is een clown, een draak, maar het is ook een heel lief beest. Dus meestal is het leven met een kitten hartstikke leuk, maar soms…, soms… wil ik hem echt over mijn balkonreling gooien (grapje mensen, grápje!).

 

 

About the Author

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.